Mensen met Asperger hebben in tegenstelling tot mensen met kernautisme geen vertraagde taalontwikkeling.
Mensen met Asperger kunnen leren omgaan met de symptomen, waardoor het moeilijker te herkennen wordt naarmate ze ouder worden. Dit komt omdat ze een gemiddelde tot hoge intelligentie hebben, maar meestal worden ze sociaal gezien niet zo sterk.
Mensen met Asperger hebben problemen met de omgangsvormen. Omgangsvormen die voor anderen vanzelfsprekend zijn, zijn voor hen vaak niet vanzelfsprekend. Daarnaast hebben ze vaak problemen met het juist opvatten van uitingen en emoties, waardoor ze bijvoorbeeld grappen niet snappen. Het is soms ook moeilijk voor deze mensen om hun eigen emoties te tonen. Dit alles zorgt er vaak voor dat mensen met Asperger maar weinig vrienden hebben.
Vaak wordt beweert dat mensen met Asperger zich niet in een ander kunnen inleven, dit is echter niet helemaal waar. Mensen met Asperger kunnen zich ook inleven in een ander.
Ze kunnen helaas niet altijd goed handelen hiernaar. Ze weten niet hoe ze iemand duidelijk kunnen maken dat ze iemand begrijpen, waardoor anderen vaak de indruk krijgen dat mensen met Asperger weinig inlevingsvermogen hebben.
Mensen met Asperger kunnen het moeilijk vinden om anderen recht in de ogen te kijken, waardoor ze vaak als ongeïnteresseerd kunnen overkomen. Daarnaast kunnen ze een drang hebben tot herhalende bezigheden. Er wordt vermoedt dat deze drang voortkomt uit de behoefte aan structuur.
Meestal hebben ze ook niet in de gaten hoe hard ze praten. Zo kunnen ze soms ineens harder gaan praten. Verder praten ze vaak door als iemand anders aan het woord is, ze vinden het belangrijk om hun verhaal af te maken. In de meeste gevallen zullen ze pas stoppen met praten wanneer je dit heel duidelijk maakt.
Sommige mensen met Asperger hebben ook problemen met hun motoriek (vermogen om bepaalde bewegingen te kunnen maken). Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat ze tijdens de gymles onhandige of ongecoördineerde bewegingen maken.