PDD-NOS

In het kort

PDD-NOS is de afkorting van Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified, de Nederlandse naam hiervoor is Pervasieve Ontwikkelingsstoornis Niet Anders Omschreven (POS-NAO).

Pervasief betekent doordringen. Alle vormen van ASS zijn pervasief. Pervasieve stoornissen dringen door in verschillende ontwikkelingsgebieden. Bij mensen met PDD-NOS kan dit betekenen: de taalontwikkeling, motorische ontwikkeling, reageren op interne en externe prikkels, maar vooral het vermogen zich op anderen te richten en het eigen gedrag goed te besturen.

Kenmerken

Mensen met PDD-NOS hebben een achterstand in de ontwikkeling op het vlak van het sociale begrip en de sociale intuïtie. Dit zorgt er in de meeste gevallen voor dat ze onzeker en angstig zijn. Om deze angst te voorkomen houden zij zich graag vast aan bekende regels en patronen. Ze kunnen zelfs in hun interesses rigide en dwangmatig zijn. De problemen van iemand met PDD-NOS verschillen per leeftijd. De problemen worden groter naarmate ze meer in de buitenwereld gaan functioneren.

McDD

autist inside McDD (Multiple complex developmental disorder in het Nederlands meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis) is een ontwikkelingsstoornis die wordt beschouwd als onderverdeling van PDD-NOS. Dit betekent dat het niet erger en ook niet minder erg is dan PDD-NOS. Er wordt aangenomen dat het te maken heeft met de informatieverwerking in de hersenen in combinatie met prikkels uit de omgeving. Helaas is dit nog niet wetenschappelijk te bewijzen, omdat hier nog te weinig onderzoek naar is gedaan. Het is ook goed mogelijk dat er sprake is van een erfelijk element. Bij McDD komen kenmerken niet alleen vanuit het ASS, maar ook vanuit angststoornissen en schizofrenie.

De symptomen zijn onder te verdelen in drie categorieën:

  1. Regulatie van effecten
    Intense angst of gespannenheid, vreesachtigheid of fobie (meestal voor ongebruikelijke situaties of voorwerpen, paniekaanvallen of overspoeld worden primitieve angsten, momenten of periodes van gedragsmatige terugval met driftbuien of primitieve woedeaanvallen, uitgesproken emotionele stemmingsschommelingen zonder aanwijsbare aanleiding, frequente oninvoelbare, bizarre angstreacties.


  2. Gevoeligheid voor sociale signalen, stoornissen in het sociale gedrag met volwassenen en sociale desinteresse.
    Vermijding van sociale contacten of grenzeloze contactname, ondanks aanwezige sociale vaardigheden ontbreken van bestendige relaties met leeftijdsgenoten aanklampende 'haatliefde' relaties met name met volwassenen (in het bijzonder de ouders) diep gebrek aan empathie en het vermogen om zich te verplaatsen in de gedachten en gevoelens van anderen.


  3. Stoornissen van het denken.
    Onnavolgbaar van de hak op de tak springen, bizarre fantasieën, geheel opgaan in fantasieën, moeite hebben met het onderscheid tussen werkelijkheid en fantasie.